Met groot verdriet nemen we afscheid van Jacques Wallage. Een bevlogen sociaaldemocraat, scherp denker en toegewijd partijgenoot, die zich zijn leven lang inzette voor gelijke kansen en een overheid die naast mensen staat. We zullen zijn wijsheid, warmte en grote hart voor onze partij, voor Groningen en voor heel Nederland missen. Onze gedachten zijn bij zijn familie en iedereen die hem liefhad. Partijvoorzitter Esther-Mirjam Sent schreef een persoonlijk in memoriam over hem.
Begin juni reikten we Jacques Wallage namens de Partij van de Arbeid de Zilveren Speld van Verdienste uit. Hij was toen 62 jaar lid van onze partij. In zijn rondzendbrief Heel de Wereld schreef hij kort daarna dat dat kleine speldje hem zeer had geëmotioneerd. En geheel in stijl gebruikte hij diezelfde editie om ons meteen stevig te vertellen wat er volgens hem beter moest aan de nieuwe partij.
Dat typeerde Jacques. Zijn verbondenheid met de sociaaldemocratie was diep, maar nooit kritiekloos. In een bedankbrief na de uitreiking schreef hij dat hij zich in alle functies die hij had vervuld altijd een representant van onze partij had gevoeld. Tegelijkertijd hield hij de waarschuwing die hij ooit van burgemeester Harm Buiter kreeg altijd voor ogen: “Denk erom dat je niet een partijlijn krijgt waar andere mensen een ruggengraat hebben.”
Jacques kwam niet uit een rood nest. Zijn keuze om op zijn achttiende lid te worden van de PvdA was, zo schreef hij zelf, heel bewust. Hij geloofde dat het leven van mensen te waardevol is om volledig aan maatschappelijke en economische krachten over te laten. De markt verdeelt inkomen, kennis en macht niet vanzelf eerlijk. Wat mensen individueel niet kunnen veiligstellen, kunnen we gezamenlijk wel bereiken. Daar was voor hem de sociaaldemocratie voor.
Die overtuiging bleef leidend in een uitzonderlijk politiek leven: van raadslid, fractievoorzitter en wethouder in Groningen naar het Tweede Kamerlidmaatschap, twee staatssecretariaten en het fractievoorzitterschap, en vervolgens terug naar Groningen als burgemeester. Daarna bleef hij zich vanuit verschillende rollen mengen in het debat over politiek en openbaar bestuur.
Maar Jacques’ band met de partij bestond niet alleen uit de functies die hij bekleedde. In die rondzendbrief schreef hij over zijn jarenlange inzet voor de partij, van afdelingsbezoeken en 1 mei-bijeenkomsten tot campagne voeren en teksten schrijven. Met zijn kenmerkende humor vertelde hij hoe hij ooit vanuit een geluidswagen op het Groningse Hogeland hartstochtelijk tegen de onbeteugelde markt stond te betogen, om er na enige tijd achter te komen dat zijn enige luisteraar een koe aan de andere kant van de sloot was.
Dat was ook Jacques: ernstig over politiek, zonder zichzelf voortdurend ernstig te nemen.
Twee keer bezocht ik Jacques in Groningen. Ik hing aan zijn lippen terwijl hij vertelde, analyseerde en moeiteloos verbanden legde tussen toen en nu. Wat mij vooral bijblijft, is hoe warm en wijs hij was, zonder ooit zijn scherpte te verliezen. Zijn enorme ervaring en blijvende nieuwsgierigheid gingen hand in hand. Hij bleef geïnteresseerd in wat veranderde en wat dat van politiek en bestuur vroeg.
In Groningen wordt hij herinnerd als een benaderbare en aimabele burgemeester, uitzonderlijk goed voorbereid en met een groot vermogen om mensen mee te nemen. Als iemand die prachtig kon spreken en schrijven, maar ook begreep dat bestuur begint met luisteren. Groningen was veel meer dan de plaats waar zijn politieke loopbaan begon en waar hij later terugkeerde als burgemeester. Het was zijn stad.
Tot het laatst bleef Jacques betrokken bij onze politieke toekomst. Hij was al lange tijd voorstander van samenwerking op links en volgde de vorming van Progressief Nederland met grote belangstelling en zijn kenmerkende kritische blik.
Wat mij vooral bijblijft, is hoe warm en wijs hij was, zonder ooit zijn scherpte te verliezen. Zijn enorme ervaring en blijvende nieuwsgierigheid gingen hand in hand. Hij bleef geïnteresseerd in wat veranderde en wat dat van politiek en bestuur vroeg.
Ik had hem die rol nog heel lang gegund. En ons ook.
In Heel de Wereld legde Jacques uit dat de naam van zijn rondzendbrief verwees naar tikkun olam: de Joodse gedachte van het repareren van de wereld, door onrecht te bestrijden, de sociale orde te versterken en te beschermen wat kwetsbaar is. Daarachter lag de overtuiging, zoals hij het zelf formuleerde, dat menselijk handelen ertoe doet.
Ik ben dankbaar dat we Jacques kort voor zijn overlijden nog hebben kunnen laten weten hoeveel zijn inzet voor onze partij heeft betekend. En persoonlijk ben ik dankbaar voor de gesprekken die ik met hem in Groningen heb mogen voeren.
Dat ik dat niet nog eens kan doen, is moeilijk te bevatten.
Esther-Mirjam Sent
Duovoorzitter Progressief Nederland
Voormalig voorzitter Partij van de Arbeid